Biokolen als alternatieve brandstof voor elektriciteitsproductie en verwarming

Een aantal internationale bedrijven gaan gezamenlijk op verschillende plaatsen in de wereld installaties bouwen, waar op commerciële schaal biokolen kunnen worden geproduceerd.

Voor het produceren van biokolen worden voornamelijk biomassa reststromen uit de houtverwerkende industrie, duurzame bosbouw en groenonderhoud gebruikt. Biokolen is een samenstelling van een biomassaproduct en een kolenproduct, met als groot voordeel dat er minder CO2 uitstoot ontstaat. Het gebruik van biokolen leidt daarnaast ook tot een forse toename van het gebruik van biomassa, dat een belangrijke rol speelt in de energietransitie.

Initiatiefnemers van het samenwerkingsverband zijn Clean Electricity Generation (CEG) en Stork. Stork is verantwoordelijk voor de bouw en het onderhoud van de productie-installaties. De eerstvolgende productie-installatie in voorbereiding staat gepland in Estland. Momenteel werken beide partijen aan een bouwkundig onderzoek en een eerste ontwerp van de installatie. Dit jaar zal in het derde kwartaal de bouw van start gaan. Parallel daaraan zal er worden gewerkt aan installaties in Finland en wordt buiten Europa de focus gelegd op Noord-Amerika.

Naast CEG en Stork nemen onder meer Carrier en Momentum Capital deel aan het partnership. Carrier is verantwoordelijk voor de levering van essentiële onderdelen voor de productiefaciliteiten en Momentum Capital is een investeringsmaatschappij en tevens meerderheidsaandeelhouder van CEG.

Via zogeheten torrefactietechnologie worden duurzame reststromen biomassa omgezet in biobrandstof, in dit geval biokolen; een relatief goedkope biobrandstof met hoge energiedichtheid. In de vorm van pellets kunnen biokolen worden gebruikt in traditionele kolencentrales, industriële verwarmingsprocessen, gebouwen of stadsverwarming voor woningen en kantoren. Bij verbranding van biokolen wordt er in vergelijking met steenkolen per ton 2,5 ton CO2 bespaard. Daarnaast hebben biokolen een hogere energiewaarde en is er minder opslag en transport nodig. Tijdens het productieproces wordt er in de installatie ook nog eens groene stroom en warmte opgewekt.