Angst voor stijgende olieprijs

De oliesector staat, in de aanloop naar de OPEC-vergadering in Wenen op 22 en 23 juni, voor de grootste afname in productiecapaciteit van de afgelopen 30 jaar. Zakenbank Jefferies concludeert dat de door de OPEC-landen aangehouden buffer door de grote vraag dreigt te zakken naar 2%. Bij productiebeperkingen of conflicten staat niets een prijsverhoging in de weg.

De OPEC-leden zullen op de komende vergadering bespreken hoe ze hun productie verder in balans kunnen brengen met de vraag. Volgens het oliekartel is dat honderd miljoen vaten olie per dag.

Door terugvallende voorraden ging de prijs van Brentolie naar 80 dollar per vat. OPEC-leider Saudi-Arabië probeert in de rol van 'swing producer' de markt in balans te krijgen met grote verhogingen en verlagingen. Het land heeft aangegeven deze rol niet meer te willen vervullen.

De VS eist een verlaging van de olieprijs en heeft OPEC gevraagd om een miljoen vaten olie per dag extra te produceren.

Automobilisten en vliegtuigmaatschappijen voelen nu ook de pijn van de prijsverhogingen in de oliemarkt.

In april produceerden het blok van 14 landen 32 miljoen vaten per dag. Dat is 140.000 vaten minder dan in maart en 730.000 vaten onder het zelf opgelegde plafond van 32,73 miljoen vaten.

OPEC is intern verdeeld. Saudi-Arabië wil gehoor geven aan Washington terwijl Iran, getroffen door de zwaarste handelssancties van de VS, meer de ruimte wil krijgen om de prijs te laten stijgen. Het land vindt de roep om een lagere prijs nogal overdreven en heeft de afgelopen maanden zich duidelijk niet aan de OPEC-afspraken gehouden.

Olieleverancier Eni geeft aan dat er zowel een buffer aan voorraad is als een gebrek. "In die situatie kan iedere geopolitieke gebeurtenis tot een prijsstijging leiden."

Als reactie zou OPEC in Wenen kunnen voorstellen om Venezuela, waar grote armoede heerst, en Iran alsnog ruimte te geven extra te produceren om zo hun inkomsten te spekken.